Home Nieuws Residentie recap: Harry Schömaker in De Ruimte

Actueel

Residentie recap: Harry Schömaker in De Ruimte

10-04-2025: Beeldend kunstenaar Harry Schömaker heeft de afgelopen drie weken geresideerd in De Ruimte. Tijdens zijn residentie heeft hij bijna dagelijks een nieuw werk gemaakt. Vlak voor het einde van de residentie komen we langs om te vragen naar wat Harry heeft gedaan en hoe hij zijn residentie heeft ervaren. Wil je meer beeld bij het verhaal? Check dan @deruimtedeventer op Instagram. 

Harry, kan je jezelf voorstellen? 

“Ik ben Harry Schömaker, beeldend kunstenaar. Ik woon in Diepenveen maar werk veel in Deventer, hier heb ik ook een atelier waar ik normaal gesproken werk.” 

Ben je een geboren en getogen Deventenaar? 

“Nee, ik ben geboren in Ter Apel. Op mijn vierde ben ik hier naartoe gekomen. Dus ik ben wel helemaal geworteld in Diepenveen en Deventer.”

Je bent beeldend kunstenaar, wat maak je? 

“Ik maak eigenlijk heel divers werk, tekeningen, schilderijen, grafiek en collages. Dit gebeurt meestal vanuit een plan: ik bedenk iets, of kom iets tegen, en dan denk ik na over of het zou werken als ik daar een vorm voor vind. Vervolgens kijk ik of ik het kan uitvoeren en dan verras ik mezelf soms met wat het is geworden. Dit doe ik vaak niet per se om iets moois te maken, maar het is meer een soort uitdaging voor mezelf, of het lukt om wat ik in mijn hoofd heb, te maken.”  

Hoe ziet zo’n proces eruit? 

“Nou, ik heb bijvoorbeeld onlangs schilderijen gemaakt van oude hoogglans verf van  Flexa en Histor die ik bij ons in de schuur had gevonden. Ik vond het zonde om dit weg te gooien dus dacht ik dat ik er misschien wel iets van kon maken. Toen bedacht ik om in één kleur een vorm of figuur te maken op een groot doek en daarna heb ik de achtergrond gemaakt met acrylverf van dezelfde kleur. Hierdoor ontstond een soort hoogglans figuur tegenover een matte achtergrond. Afhankelijk van de lichtinval zie je dus de vorm in de hoogglans verf en dat werkte eigenlijk fantastisch goed. Ik heb het plan om het in meerdere kleuren te gaan doen.” 

Hoe ben je begonnen met beeldende kunst?

“Ik denk dat iedereen als kind altijd begint met tekenen, nog voordat je schrijft of leest en je geeft een kind krijtjes, dan begint het te tekenen. De meeste mensen stoppen hier op een gegeven moment mee maar ik ben er eigenlijk nooit mee gestopt. Vanochtend heb ik van Johan (een collega kunstenaar die Harry momenteel verwelkomd in De Ruimte) een paar oude Peps (stripboeken) gekregen. Dat was mijn eerste inspiratiebron, ik tekende al die plaatjes na, vooral van Hans Kresse, en daar ben ik eigenlijk nooit mee gestopt. Tien jaar geleden heb ik nog oude tekeningen van Hans Kresse uitvergroot op een meter bij een meter, en heb ik weer indianen en cowboys getekend.”

Exposeer je ook? Of doe je nog meer? 

“Ik ben 25 jaar docent beeldende vormgeving geweest op het Etty Hillesum Lyceum. Daarvoor heb ik in het basisonderwijs gewerkt. Sinds een jaar of vijf ben ik met pensioen en ben ik dus fulltime hiermee bezig. Maar eigenlijk heb ik dit altijd gedaan.”

Ik las ook dat je vaak je inspiratie haalt uit je huis of tuin, hoe gaat dat? Is het echt dat je dagelijks je huis of tuin tekent? 

“Ja, ik maak bijna elke dag wel even een tekening. Ik werk daar waar ik zit, vaak is dat mijn tuin, dus ik teken heel vaak mijn tuin. Dat was ook de aanleiding om hier te gaan werken. Vanuit de plek waar je bent kun je wat mij betreft altijd tekenen. Ik hoef niet per se naar een exotische plek of na te denken waar ik mijn inspiratie vandaan haal. Als ik veertien dagen binnen had moeten zitten, had ik ook tekeningen kunnen maken.” 

Teken je dan altijd wat je ziet?

“Ja, ik kijk gewoon voor me uit en dan zie ik zoals nu een radiator staan en een tafel en een grijs vlak daarachter met daar een bruin vlak en een paar tekeningen erboven en dan heb ik een beeld en dan kan ik gewoon aan het werk. Dus ja ik kan altijd werken, er is voor mijzelf nooit een excuus om het niet te doen. Dat was ook aanleiding voor de residentie hier.” 

Hoe lang heb je geresideerd in De Ruimte? 

“Ik heb veertien dagen aan een project gewerkt en toen kon ik nog een week extra krijgen. Omdat ik het eigenlijk niet zo interessant vond om nog een week hetzelfde te doen, heb ik bedacht dat ik in de laatste week elke dag een collega kunstenaar uitnodig om hier met mij te werken en dan kunnen zij doen wat zij willen.” 

Dus je hebt hier drie weken geresideerd, waarom wilde je in eerste instantie in De Ruimte resideren?

“Het leek me spannend om op een andere plek te werken. Want ja, ik kan overal werken, maar dit is wel een uitdaging. Toen heb ik bedacht dat als ik hier kom, dan wil ik ook iets doen wat ik specifiek alleen hier kan doen, dus werken in de Nieuwstraat. Toen heb ik het plan bedacht om ’s morgens één uur te gaan schetsen in de straat met mijn ezel en na dat uur moest de schets af zijn. Vervolgens ging ik ’s middags van 12.30 uur tot 16.00 uur de schets uitwerken op een formaat van 1,5 bij 1 meter en dat moest dan om 16.00 uur klaar zijn. Dus elke dag begon ik weer aan een nieuwe nieuwe tekening.”

Waarom heb je voor die vorm gekozen? 

“Omdat ik benieuwd was wat er gebeurt als je jezelf een opdracht geeft en je deze consequent uitvoert. Mensen bedenken heel vaak plannen en dan komt er niks van, ik heb ook wel van die plannen die dan uiteindelijk verzanden in niks. Maar ik dacht: als ik hier ben en ik heb veertien dagen de tijd, dan moet het. In die veertien dagen wil ik gewoon tien tekeningen maken, ook al is het misschien niet helemaal perfect” 

“Ik heb gemerkt dat doordat je die discipline hebt, de eerste tekening telkens weer een nieuwe tekening opriep. Zo heb ik de eerste week bijvoorbeeld echt de straatjes getekend. De tweede week besloot ik dat ik het eigenlijk helemaal anders moest gaan schetsen. Dus heb ik schetsen verknipt en heb ik er nieuwe composities van gemaakt. Aan het eind van de tweede week heb ik bedacht dat ik de uitvoeringen in één tint wilde maken, dus heb ik een groene en een gele gemaakt. Dus nu kan ik eigenlijk ook weer verder met iets nieuws. Als ik hier nog langer had gezeten, had ik dan rode of paarse uitvoeringen kunnen maken? Dat idee was er nog niet aan het begin. Ik ben gewoon begonnen en dacht: hoe kan ik het nog weer uitdagender maken?” 

“Uiteindelijk is het niet zozeer dat ik de mooie straatjes of een mooie tekening heb willen maken, maar het was een uitdaging om te kijken wat er gebeurt als je voor een periode telkens hetzelfde stramien aanhoudt. Dat was echt heel erg leuk en is eigenlijk heel geslaagd.” 

Zijn er ook dingen die je zijn gaan opvallen aan de straat? 

“Ik vond het heel erg leuk dat ik een soort collega ondernemer werd. Dat ik ’s morgens ook werd begroet en dat we dan onze spullen buiten zetten en dat je de boekhandelaar aan de overkant begroet terwijl ik mijn bord en mijn ezel buiten zet. Ook heb ik gemerkt dat het in de loop van de week veel drukker wordt in de Nieuwstraat, dinsdag is het vrij rustig, woensdag wordt het al wat drukker, enzovoort. En omdat het Gilde Hotel hier tegenover zit komen er groepen mensen door de straat met zo’n stadsplattegrond en zijn er ook mensen die je gewoon elke dag tegenkomt: oh, daar is Hanos weer of daar zijn die mensen weer die een eindje verderop in de Blikken Deur wat gaan kopen”. 

“Je wordt onderdeel van de straat en dat is heel erg leuk. Dat is eigenlijk ook wel waarom ik dit doe zoals ik het doe, want je verovert als het ware je omgeving. Je wordt je bewust van je omgeving doordat je zo om je heen kijkt. Ik heb een aantal mensen op bezoek gehad die wonen hier al twintig jaar en omdat ik de straat getekend heb, zag ik dat in de toren hier tegenover bij het Gilde Hotel de raampjes zo schuin onder elkaar zitten, wat betekent dat er aan de binnenkant een wenteltrap zit. Degene die hier al 20 jaar woonde was dat nog nooit opgevallen. Dus als je tekent, verover je als het ware de omgeving. Dat vind ik eigenlijk het leuke van op locatie werken. In mijn tuin zie ik ook altijd weer nieuwe dingen.” 

Is dat ook wat deze residentie zo bijzonder maakte?

“Nou, het is natuurlijk een hartstikke leuke plek, midden in de stad, maar ik zou hetzelfde kunnen doen als deze residentie bij wijze van spreken op de Wilpse Klei zou staan, dan zou ik het ook op deze manier aanpakken. Maar hier, zo midden in de stad, krijg je wel veel aanloop en dat is wel wat het heel leuk maakt.” 

Heb je veel bezoekers gehad? Mensen die gewoon even kwamen kijken?

“Ja, ook veel mensen die ik helemaal niet ken maar die wel binnenkomen, maar ook heel veel bekenden die even langskwamen. Dat is natuurlijk ook het voordeel met dit weer, niet dat het geweldig weer was, maar het was droog, dus dan zijn er meer mensen in de stad. Dan zijn er ook meer mensen die even binnen komen lopen.”

Dus eigenlijk heb je dus elke dag een van deze schilderijen gemaakt, heb je een favoriet? Of kan je echt een groot verschil zien tussen de eerste die je hebt gemaakt en wat je laatste was?

“Volgens mij niet nee. Deze (Harry wijst naar het schilderij achter zich) is een beetje anders want die heb ik zaterdag als laatste gemaakt. Op die zaterdag was het heel druk. Toen waren er echt heel veel mensen die even koffie kwamen drinken of die even kwamen kletsen waardoor ik het niet afkreeg. Dit frustreerde me omdat ik dacht: dat is niet de bedoeling, hij moet voor 16.00 uur af. Maar dat was ook omdat ik de volgende dag een nieuwe wilde maken. Na deze ging ik geen nieuwe meer maken dus toen dacht ik: nou weet je, dan maak ik hem gewoon af op dinsdag of woensdag. Dan merkte je ook dat de urgentie een beetje weg is, dus ga je er iets langer op door. Ja, in dat opzicht is deze anders dan de andere negen.” 

“Het verschil tussen het eerste werk en deze is wel groot. Weet je wat het ook is? Als je met zo’n plan begint, dan moeten volgens mij eerst alle vanzelfsprekende dingen eruit zijn. Als je begint, dan denk je: wat ga ik doen? Ik ga de straat op. Dus ik heb de straat rechts gemaakt en ik heb de straat links gemaakt en tijdens het maken dacht ik al: dit wordt de volgende schets. Toen heb ik vlakken gemaakt van de Tibbensteeg en zo ontwikkelt zich dat dus verder. Dit schilderij komt dus voort uit de eerste en ik denk dat je ideeën zich vaak ook zo ontwikkelen.” 

“Je bedenkt of maakt iets en terwijl je bezig bent denk je: ja, dat is niet helemaal goed, dan moet dit er eigenlijk bij, en krijg je nieuwe ideeën en uiteindelijk kom je dan op het beste idee uit. Dat is ook een beetje wat er gebeurde met deze tien tekeningen. Ik wilde dus ook iets ontdekken, iets maken. In dat opzicht ben ik wel een doener.” 

Wat ga je doen met deze werken? 

“Nou ik heb vanavond een meeneem-/verkoopexpositie en als het helemaal meezit dan is morgen de ruimte leeg (haha!). Als mensen het willen kopen, dan kunnen ze het kopen en anders komen ze misschien ooit een keer ergens terecht op een expositie over de stad of zoiets, maar dat weet ik niet. Ik heb het ook niet gemaakt om het te verkopen, het is gewoon mijn eigen idee geweest: wat gebeurt als je dit doet en je gaat er consequent mee aan de slag.” 

Zijn er dingen die je door dit te doen meeneemt in je toekomstige werken? 

“Niet per se, dit is wel de manier waarop ik het over het algemeen aanpak. Maar ik heb wel gemerkt dat het heel erg leuk elkaar opvolgt als je vanuit een bepaalde situatie hard aan het werk gaat. In ieder geval voor mij, want het is voor iedereen anders natuurlijk. In mijn geval is dat gewoon dingen maken, het wordt toch nooit zoals je het in je hoofd hebt, dus dat is dan ook voor jezelf de verrassing.” 

Je hebt niet dat je denkt: over een paar maanden ga ik weer tien dagen achter elkaar elke dag nieuw werk maken

“Nee, dat schiet er bij mij soms gewoon in. Ik kan thuis aan het wandelen zijn en dat ik ineens denk: oh wacht eens. Ik maak bijvoorbeeld ook collages en die zitten dan in een boek en dat is dan min of meer mijn schetsboek. Die bestaan bijna altijd uit een aantal foto’s van de actualiteit en een aantal foto’s van de cultuur of kunst of whatever en die plak ik dan in elkaar. Niet omdat ik dan direct iets groots om handen heb, maar gewoon omdat ik die dan weer gebruik als uitgangspunt voor groter werk. Dus ja, op deze manier benader ik meestal mijn werk.” 

Heb je tips voor de volgende residenten? 

“Doe vooral waarvan je hoopt dat het werkt in deze ruimte en geniet van de concentratie die je hier kan hebben. Dat is echt fijn aan deze residentie geweest, dat je gewoon wist: veertien dagen, alles aan de kant, 10.00 uur ben ik hier, 16.00 uur ga ik weer naar huis. Ik ben er gewoon.”

Waar kunnen we jou en je werk vinden? 

“Ik zit op de sociale media: @harryschomaker, en mijn website is: www.jhschomaker.com” 

Harry was de zesde van de twaalf residenten die we in 2025 ontvangen in De Ruimte. Naast dat de residenten de fysieke ruimte krijgen, geven wij ze ook online ruimte. Wil je op de hoogte blijven van de residenties? Of wil je meer beeld bij het verhaal? Check dan @deruimtedeventer op Instagram! 

Geschreven door: Niek van Steen