14-05-2025: Beeldend kunstenaars Aalt van de Glind, Esmee van Zeeventer en Lena Paßlick hebben ongeveer drie weken geresideerd in De Ruimte, een residentie die mede mogelijk gemaakt is door Stichting Rudolf H. Schmidt Fonds en de Deventer Cultuur Club. Tijdens hun residentie hebben zij De Ruimte getransformeerd in een pop-up donkere kamer waar zij diverse samenwerkingen hebben opgezocht. Vlak voor het einde van de residentie gaan we in gesprek met Aalt over hoe zij hun residentie hebben ervaren. Wil je meer beeld bij het verhaal? Check dan @deruimtedeventer op Instagram.
Wil je jezelf voorstellen?
“Ik ben Aalt van de Glind en ik resideer hier samen met Esmee van Zeventer en Lena Paßlick.”
Wat maak je?
“Ik ben een beeldend kunstenaar en mijn werk bevindt zich op het snijvlak tussen analoge fotografie en installatiekunst. Ik ben veel bezig met hoe ik werk ruimtelijk presenteer, fotografie is hoofdzakelijk plat, dus hoe kan ik daar een ruimtelijke ervaring van maken voor een toeschouwer?”.
Hoe ben je daarmee begonnen?
“Dat begon op de kunstacademie. Mijn liefde voor fotografie en analoge fotografie werd in het eerste jaar aangewakkerd omdat er op de kunstacademie een donkere kamer aanwezig was. Eigenlijk vanaf het eerste moment dat ik daar binnenliep dacht ik al van: wow, dit is iets anders, en zodoende ben ik er stapje voor stapje in gegroeid.”
Waarom wilde je in De Ruimte resideren?
“Ik wilde hier graag resideren vanwege de letterlijke ruimte. Ik geloof er heilig in dat je werk wordt gedicteerd door de ruimte waarin het geproduceerd wordt. Deze ruimte is groter dan mijn eigen atelier, dus alleen al door de omvang van deze ruimte ga ik andere dingen doen en andere dingen mogelijk maken. Het is ook een beetje een afgetrapte ruimte en dat betekent ook dat wij ons vrijer hebben gevoeld om dingen te doen die je misschien thuis, of in een klinische omgeving of in je eigen atelier, niet zou doen.”
“Daarnaast was ik al langer van plan om met een aantal collega’s een keer samen een project te doen en toen kwam De Ruimte voorbij. Omdat het ook mooi centraal gelegen is, kan het ook goed dienen als een centrale ontmoetingsplek. Zodoende hebben we het project vormgegeven om een community based werkplaats neer te zetten in de vorm van een donkere kamer, waar meer mensen kunnen werken en waar we veel samenwerkingen kunnen initiëren met diverse mensen, zowel uit ons netwerk als daarbuiten.”
Je hebt hier niet alleen geresideerd, met wie deelde je deze residentie?
“Ik heb hier geresideerd met Esmee van Zeventer en Lena Paßlick, zij zijn beiden beeldend kunstenaars die ook beiden met en vanuit analoge fotografie werken en hier en daar ook met een oog op installatiekunst.”
Jullie hebben hier drie weken geresideerd, wat hebben jullie allemaal gedaan?
“De eerste week ging de aandacht hoofdzakelijk uit naar het opzetten van een donkere kamer die werkt. Het idee waarmee we vertrokken was om een donkere kamer neer te zetten waar we deels zelf projecten konden aanvliegen en die we deels ook open konden gooien voor een breder publiek. Door middel van een open call hebben we een oproep gedaan om op een aantal dagen hier te komen werken.”
“Dat is drie keer een zondag geweest. We hebben de deur open gezet en mensen die met analoge fotografie werken, met film en met negatieven, gevraagd om hier prints te komen maken. Dit mochten negatieven zijn waar je mee werkt als beeldend kunstenaar of als fotograaf maar dat konden ook negatieven zijn uit bijvoorbeeld je familiearchief. We vinden het namelijk interessant om te zien wat er in de breedte leeft, hoe fotografie in de breedte geconsumeerd wordt en om te zien wat voor kruisbestuivingen daar uit voortkomen.”
Dus mensen hoefden alleen negatieven mee te brengen?
“Ja, en we hebben met onze open call ook een vraag uitgezet of we de ecologische voetafdruk van wat we hier doen kunnen bevragen. We hebben gevraagd of mensen die ecologisch werken hun kennis mee willen nemen en willen delen. Zodoende zijn er verschillende mensen langs gekomen die verschillende recepten hebben voor een biobased ontwikkelaar of ecologische chemie waar je mee kunt werken. Dat is denk ik sowieso een golf die momenteel door de analoge fotografie wereld heen gaat. Het is goed om dat gesprek ook hier met elkaar te voeren.”
Zijn daar dingen uitgekomen die ook echt zijn toe te passen?
“We hebben gaandeweg onze residentie wat testen gemaakt en dat werkt. Esmee is sowieso van ons drieën echt aan pionieren daarmee. Het is heel interessant dat we ook met z’n drieën samenkomen en die kennis kunnen delen en kunnen zien hoe dat werkt en wat het oplevert.”
Wat hebben jullie daadwerkelijk gemaakt?
“We zien hier [Aalt wijst naar de muur achter hem] een gedeelte van het werk en prints die zijn gemaakt. We hebben ons hoofdzakelijk gericht op zwart wit fotografie omdat het wat makkelijker is om aan te bieden. Eigenlijk vinden we het heel interessant om te zien hoe democratisch de fotografie is. Dat wil zeggen dat we niemand ertoe hebben gezet om een specifiek iets te maken, maar eigenlijk meer wilden zien wat er in de breedte leeft. Vanuit daar kun je altijd zien of er nieuwe samenwerkingen ontstaan, zowel hier als in de toekomst.”
“We hebben ook een kunstwerk van Ramon Eding neergezet in de donkere kamer. Dat is een soort hok met panelen die hij in zijn atelier had gebouwd, daar kan je inkruipen en dat is een donkere kamer aan zich. Dat hok is helemaal beschilderd en daarin staat dan weer een vergroting apparaat waar je prints mee kunt maken. Wat dus heel wonderlijk is, is dat we in onze donkere kamer een donkere kamer hebben, een soort dubbele bodem.”
“Gaandeweg hebben we zo allemaal in ons eigen netwerk gekeken of er mensen zijn waar we in deze periode mee samen konden werken. Zo heeft het niet alleen maar de focus op de beeldende kunst, we hebben bijvoorbeeld ook muzikanten uitgenodigd die hier op de open donkere kamer dagen in het kunstwerk van Ramon muziek aan het maken waren, terwijl er mensen prints aan het maken waren. Dus tijdens het werk in de donkere kamer was er dan het hok waar saxofoon geluid uitkwam, dat gaf een hele mooie energie. En aanstaande zaterdag komen Reinhold Boogaard en Jeroen Diepenmaat, kunstenaars uit Deventer, hier een dia-installatie laten zien met live muziek. We kijken dus ook of we van de ruimte gebruik kunnen maken om diverse evenementen te organiseren, niet alleen de donkere kamer, maar ook evenementen die gerelateerd zijn aan onze eigen praktijk.”
“We vinden het heel mooi dat als we hier ruimte hebben, we van die ruimte gebruik kunnen maken om natuurlijk voor onszelf een podium te creëren, maar ook voor anderen. Met de nadruk op de community, de saamhorigheid en de kruisbestuiving.”
Dat is komende zaterdag, aankomende zondag is er ook nog een soort eindexpositie, toch?
“Aanstaande zondag is het de laatste zondag dat we überhaupt hier zijn en de laatste zondag dat we ook een open doka dag aanbieden. Aan het einde van de zondag zien we wat er geproduceerd is, we werken langzaam toe aan het tonen en presenteren van prints en werk dat is gemaakt en we zullen het gewoon met een drankje beslechten.”
Zijn er nog prints uitgekomen die je verraste?
“Zeker! Er was bijvoorbeeld een kunstenaar die volgens mij marktjes af gaat en die oude archieven en negatieven verzamelt. Als ik die prints alleen al zie slaat mijn hoofd op hol: Wie zijn deze mensen? Wat is de context? Voor wie is dit materiaal gemaakt? Is het persoonlijk materiaal? Wat voor doel diende het? Ik vind het heel spannend om te zien waar mensen mee aankomen.”
“Het is ook zo leuk dat er diverse mensen langskomen en dat die een hele dag komen werken en dat ze soms echt archiefmateriaal meenemen. Er was afgelopen zondag bijvoorbeeld een gezin… Je kunt ook werk maken in de donkere kamer zonder het hebben van negatieven, dat noemen we een fotoprogramma. Je kunt bijvoorbeeld ook tekenen op transparant materiaal en daar doorheen belichten. Of je kunt objecten op het fotopapier leggen en daar doorheen belichten dat je een soort schaduwdruk krijgt van die objecten. En dat gezin ging letterlijk op straat allemaal takjes en dingetjes verzamelen en daar weer printjes van maken. Het hele gezin was ermee bezig en die hadden echt een soort familie uitje en vonden het zo leuk dat ze de volgende zondag weer langs komen om prints te maken.”
“Wat heel leuk is, is dat je een professionele beeldend kunstenaar, naast een muzikant, naast een gezin, naast een hobbyist hebt staan, het maakt niet uit. Het is zo gaaf dat het allemaal samenkomt, dat je het een ervaring maakt en dat je dat als collectief beleeft.”
Je vertelde aan het begin ook dat de ruimte waarin je bent jouw werk beïnvloed. Hoe heeft De Ruimte dat gedaan?
“Mijn atelier zit in Diepenveen en mensen komen daar net wat minder makkelijk. Dus als je een plek hebt in de binnenstad waar mensen makkelijk kunnen aanwaaien, dat er mensen langskomen uit Rotterdam, uit Delft, uit verschillende plekken uit het land, mensen die we kennen of die we enkel via sociale media kennen en hier makkelijk met de trein naartoe kunnen komen, even een broodje of een kratje bier kunnen halen en dat we als community, als collectief, op de bonnefooi het medium kunnen vieren. Ja, dat is gewoon ontzettend leuk.”
“Dus de centrale ligging doet veel maar ook de rauwheid van De Ruimte. Er zijn al wat sporen van voormalige residenten op de muren, dus je voelt je ook vrij om wat rauwer te werken. Esmee gaat bijvoorbeeld nog met een grote bak waar chemie in kan, kijken of we op groot formaat kunnen printen. Dat is iets wat ik in mijn atelier bijvoorbeeld niet kan doen. Dan hebben we het echt over printen op rol en dat is een aardige onderneming, maar dat kunnen we hier makkelijk doen. We kunnen bij wijze van papier belichten en in plaats van dat je dat in bakken doet, kunnen we hier letterlijk met een mopset of met sponzen op de vloer die chemie sponzen. We hoeven niet zo bang te zijn dat we er een beetje een bende van maken en dat geeft een heleboel ruimte en vrijheid.”
Heb je bereikt wat je wilde bereiken?
“We hebben het voorafgaand wel gehad over doelen, maar we zijn deze residentie wat meer open ingegaan. Ik heb veel mooie dingen zien ontstaan waar ik zelf enthousiast van werd en waar mijn hart af en toe een sprongetje van maakte. Het is echt heel gaaf dat verschillende mensen samenwerken of dat je ziet dat mensen met plezier werken en dat ook teruggeven. Dat je mensen opnieuw, of soms voor het eerst, kennis laat maken met het medium en dat ze hierna ook zo’n apparaat aanschaffen en er ook echt mee aan het werk gaan. Dat je een soort golf creëert die dit effect heeft, ja dat is echt kicken, dat is bijzonder.”
Wat ga je doen met het werk dat hier gemaakt is?
“Over het algemeen zijn veel van de werken van diverse mensen, dus die komen dat uiteindelijk ook weer ophalen. Maar ik denk dat we hier dingen op een experimentele basis hebben kunnen uittesten en dat heeft ongetwijfeld weer invloed op toekomstige tentoonstellingen en het werk dat we daarvoor gaan maken.”
Is dit iets wat je vaker zou willen doen? Of zou willen aansporen bij andere mensen om ook te doen?
“Ja, an sich is dat te gek. Het creëren van een community en werk maken waar je de community mee aanspreekt. Dat heb ik ook eerder gedaan in een andere vorm en daar heb ik ook een platform voor: First Contact. Ik heb eerder een tentoonstelling gemaakt waar een heel breed publiek analoge afdrukken voor aanleverde, soms persoonlijk langsgebracht en soms per post uit de hele wereld.”
“Nu hebben we daadwerkelijk samen werk gemaakt en ik weet zeker dat een project als dit in de toekomst terug zal keren. Of het dezelfde vorm zal hebben weet ik niet, maar het zal zeker een vervolg krijgen. De ervaringen die we hier hebben opgedaan nemen we ook zeker mee voor toekomstige plannen.”
Heb je nog tips voor de volgende residenten?
“Ik denk dat je goed kunt nadenken over het hebben van ruimte, wat je daarmee doet en dat je daadwerkelijk van de ruimte gebruik maakt. Als ik naar deze ruimte kijk, denk ik dat we daar een mooie invulling aan hebben gegeven. Zo’n beetje de helft van de ruimte is een werkplaats, een donkere kamer, dus er werd ook nadrukkelijk gewerkt. In de andere helft hebben we een gedeelte waar de ontmoeting meer centraal staat.”
Kunnen mensen het gemaakte werk ook terugzien?
“Ik weet op moment nog niet in hoeverre we dit gaan delen. Misschien dat we wel foto’s delen maar die community, dat ontstaat ter plekke met de mensen die hier waren, daar is de ontmoeting, dat is de ervaring, en dat is in eerste instantie genoeg.”
Waar kunnen we jouw werk en dat van je mede residenten vinden?
“Ons en ons werk kun je online vinden, mij via @aaltvandeglind, Esmee via @eamy.nl en Lena via @lenapasslick.”
Aalt, Lena en Esmee waren de achtste van de twaalf residenties die we in 2025 organiseren in De Ruimte. Deze residentie is mede mogelijk gemaakt door Stichting Rudolf H. Schmidt Fonds en de Deventer Cultuur Club. Naast dat de residenten de fysieke ruimte krijgen, geven wij ze ook online ruimte. Wil je op de hoogte blijven van de residenties? Of wil je meer beeld bij het verhaal? Check dan @deruimtedeventer op Instagram!
Geschreven door: Niek van Steen